Verschillende interventies richten zich op het versterken van de weerbaarheid van jongeren om de mate waarin zij openstaan voor extremistische wereldbeelden en radicalisering te verkleinen. Hierbij valt te denken aan interventies die zich richten op het vergroten van kritisch denken en democratisch burgerschap, het versterken van inlevingsvermogen, empathie en sociale vaardigheden. Ook zijn er steeds meer interventies die zich richten op het versterken van weerbaarheid tegen online radicalisering, die hieronder worden beschreven, gericht op het versterken van mediawijsheid en digitale vaardigheden.
Doelgroep en doelstelling
Jongeren komen steeds vaker in aanraking met misinformatie en nepnieuws, vooral door hun gebruik van sociale media. Via video’s op sociale media en websites verspreiden groepen en individuen extremistische inhoud. Algoritmes kunnen ervoor zorgen dat iemand herhaaldelijk wordt blootgesteld aan dezelfde polariserende of extremistische verhalen. Dit kan leiden tot eenzijdige meningsvorming, het minder gevoelig worden voor geweld en een voedingsbodem vormen voor online radicalisering.
Om zich beter te wapenen tegen beïnvloeding, is het belangrijk dat jongeren leren kritisch naar mediaberichten te kijken. Dit type interventie richt zich daarom op het aanleren van vaardigheden waarmee jongeren op een kritisch constructieve manier door het online medialandschap kunnen navigeren. Het doel is de negatieve effecten van misinformatie en nepnieuws te verminderen. De interventies richten zich doorgaans op jongeren van ongeveer 15 tot 21 jaar, zoals leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en mbo-studenten.
Op welke bouwstenen en factoren richt dit type interventie zich?
Dit type interventie richt zich op het versterken van vaardigheden die jongeren helpen om kritisch om te gaan met online informatie, sociale media en beïnvloeding. De interventies vergroten hun digitale weerbaarheid, stimuleren kritisch denkvermogen en dragen bij aan democratische burgerschapsvorming.
- Bouwsteen 1: individu - cognitieve vaardigheden en hulpbronnen. Deze interventies richten zich op het versterken van kritisch en complex denkvermogen bij jongeren.
- Bouwsteen 4: sociale omgeving – digitale weerbaarheid. Deze interventies richten zich op het vergroten van weerbaarheid tegen online groepsdruk en op het versterken van mediawijsheid.
- Bouwsteen 5: beschermende factoren in de samenleving - democratisch burgerschap. Deze interventies dragen bij aan democratische vorming en het versterken van burgerschapscompetenties.
Werkzame elementen binnen dit type interventie
Om de negatieve effecten van misinformatie en nepnieuws op jongeren te verminderen en hun weerbaarheid tegen polariserende narratieven en eenzijdige meningsvorming te versterken, is het van belang dat gastlessen en lespakketten aandacht besteden aan zowel kennisoverdracht als het aanleren van praktische vaardigheden. Daarbij gaat het om:
- het vergroten van kennis over nepnieuws en desinformatie op sociale media en internet;
- het bewustmaken van de mogelijke risico’s hiervan;
- het leren herkennen van nepnieuws en desinformatie in de praktijk.
De werking van interventies neemt toe wanneer zij zich richten op de volgende elementen:
- Bewustwording – bewustwording van het feit dat online video’s en berichten potentieel radicaliserend en/of polariserend zijn, doordat zij gebruikmaken van beïnvloedings- en manipulatietechnieken.
- Reflectie – het aanleren van kennis en vaardigheden die bijdragen aan een kritische houding ten opzichte van mediaboodschappen.
- Empowerment – het ontwikkelen van het vermogen om actief weerwoord te bieden tegen haatberichten en propaganda.
Randvoorwaarden voor uitvoering en werking van dit type interventie
Uit evaluaties blijkt dat lessen over mediawijsheid en digitale vaardigheden bijdragen aan meer kennis bij jongeren over nepnieuws, desinformatie en sociale media-algoritmes. Ook neemt het bewustzijn toe van de mogelijke gevaren hiervan voor henzelf en de samenleving. Daarnaast leren jongeren beter hoe zij nepnieuws, desinformatie en algoritmes kunnen herkennen en de betrouwbaarheid ervan kunnen beoordelen, bijvoorbeeld door signalen van misleiding op te merken en meerdere bronnen te raadplegen.
Tegelijkertijd blijkt dat binnen een aantal lessen van ongeveer 50 minuten de praktische vaardigheden slechts beperkt ontwikkelen. Jongeren groeien vooral van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust onbekwaam’: zij raken zich bewuster van hun eigen kwetsbaarheid en beperkingen. Dat is een belangrijke eerste stap, maar voor duurzame gedragsverandering zijn meer tijd, herhaling en oefening nodig.
Een voorbeeldinterventie is Under Pressure, een innovatief lesprogramma dat jongeren weerbaar maakt tegen desinformatie.
Dit type interventie bestaat uit uiteenlopende methodieken, waaronder de inzet van kunst- en cultuuruitingen in combinatie met lespakketten.
Doelgroep en doelstelling
Deze interventies richten zich op jongeren van 12 tot 18 jaar in het voortgezet onderwijs en het mbo. Het doel is hun weerbaarheid te vergroten, waardoor de voedingsbodem voor ongewenste polarisatie en radicalisering vermindert. Dat gebeurt door het vergroten van empathie en inlevingsvermogen, én door het versterken van sociale vaardigheden in het omgaan met tegenstellingen en conflicten.
Op welke bouwstenen en factoren richt dit type interventie zich?
Dit type interventie richt zich vooral op de persoonlijke en sociale ontwikkeling van jongeren. De nadruk ligt op het versterken van vaardigheden die helpen bij empathie, zelfreflectie, emotieregulatie en het omgaan met verschillen en conflicten.
Bouwsteen 1: individu
Binnen deze bouwsteen ligt de nadruk op persoonlijke ontwikkeling, cognitieve vaardigheden en sociaal-emotionele weerbaarheid.
- Persoonlijke ontwikkeling. Deze interventies dragen bij aan het versterken van zelfbeheersing.
- Cognitieve vaardigheden en hulpbronnen. Deze interventies helpen jongeren om vanuit meerdere perspectieven naar situaties en meningen te kijken.
- Emotionele, sociale en gedragsmatige vaardigheden en hulpbronnen. Deze interventies richten zich op het versterken van gezonde emotieregulatie, sociale cognitie en prosociaal gedrag.
Werkzame elementen binnen dit type interventie
Binnen dit type interventie dragen verschillende werkzame elementen bij aan het versterken van sociale vaardigheden, empathie en het omgaan met spanningen en conflicten. Zoals:
- empathie en het vermogen zich in anderen en hun referentiekader te verplaatsen;
- assertiviteit en het kunnen opkomen voor eigen belangen, behoeften en opvattingen;
- goed en helder kunnen communiceren;
- conflicthantering en probleemoplossend vermogen;
- het herkennen, begrijpen en reguleren van eigen emoties en die van anderen (Cankor en Noor, 2021).
Dit type interventie richt zich idealiter op meerdere niveaus tegelijkertijd:
- Cognitief niveau. Vergroten van kennis en bewustzijn over polarisatie, radicalisering, uitsluitingsmechanismen en de risico’s hiervan.
- Empathisch niveau. Versterken van begrip voor anderen en inlevingsvermogen.
- Praktisch niveau. Aanleren van vaardigheden op het gebied van communicatie, omgang met groepsdynamiek, emotieregulatie bij conflicten en (depolariserende) communicatie: communicatie die gericht is op het verminderen van tegenstellingen, het bevorderen van wederzijds begrip en het voorkomen van escalatie.
De interventies kunnen zicht richten op zowel de offline als de online context. Denk aan het stimuleren van empathische en niet-polariserende omgangsvormen in de klas en op sociale media.
Randvoorwaarden voor uitvoering en werking van dit type interventie
Binnen dit type interventie kunnen organisaties verschillende kunst- en cultuurvormen inzetten, zoals theater, film en beeldende kunst. Uit evaluaties blijkt dat met name theater, in combinatie met de bijbehorende lespakketten, effectief kan bijdragen aan:
- het stimuleren van overbruggend contact tussen verschillende groepen jongeren, met als doel wederzijds begrip en tolerantie te vergroten;
- het vergroten van de kennis over de reden waarom jongeren kunnen polariseren of radicaliseren;
- het bespreekbaar maken van polarisatie en radicalisering.
Tegelijkertijd geldt een belangrijke randvoorwaarde: theater- en filmprojecten zijn vaak eenmalige interventies en vragen daarom om inbedding in een breder curriculum. Het is te ambitieus om te verwachten dat uitsluitend een voorstelling, een voorbereidende les en nagesprek leiden tot meer blijvende veranderingen in overbruggend contact of kritische reflectie. Voor duurzame effecten zijn herhaling, verdieping en inbedding van het onderwijsprogramma noodzakelijk.
Voorbeelden van interventies zijn de methodiek Vreedzaam, het theaterstuk A Rebel with a Cause, en de programma’s De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk.
Doelgroep en doelstelling
Dit type interventie richt zich op jongeren van 12 tot 18 jaar en heeft als doel hun weerbaarheid tegen ongewenste polarisatie – en daarmee indirect tegen radicalisering – te versterken. Veel jongeren hebben een beperkt bewustzijn van ons politieke bestel, terwijl zij wel degelijk politieke vragen of interesses hebben. Achter polarisatie en radicalisering schuilen bovendien vaak hulpvragen die jongeren moeilijk onder woorden kunnen brengen, evenals een gebrek aan democratische vorming.
Democratische vorming kan jongeren helpen om genuanceerder naar de wereld en politiek te kijken. Daarnaast leren zij dat zij opgroeien in een diverse samenleving en maken zij kennis met verschillende perspectieven en leefwerelden (Sieckelinck en Gielen, 2020).
Dit type interventie richt zich ook op het stimuleren van actief burgerschap. Ze vergroten het bewustzijn van jongeren over het belang van diversiteit, persvrijheid en vrijheid van meningsuiting én van hun eigen rol daarin. Daarmee dragen de interventies bij aan de ontwikkeling van de jongeren tot zelfstandige, kritische burgers.
Scholen en docenten zijn belangrijke uitvoerders van democratisch vormende programma’s, mede vanwege hun wettelijke opdracht rondom burgerschapsonderwijs. Zij kunnen samenwerken met partners uit het jeugdveld om deze rol gezamenlijk vorm te geven (Sieckelinck en Gielen, 2020).
Op welke bouwstenen en factoren richt dit type interventie zich?
Dit type interventie richt zich op het versterken van persoonlijke weerbaarheid, kritisch burgerschap en sociale vaardigheden. De interventies helpen jongeren om bewuster om te gaan met maatschappelijke vraagstukken, groepsdruk en verschillen in opvattingen, en stimuleren hun betrokkenheid bij de democratische samenleving.
- Bouwsteen 1: individu. Deze interventies richten zich op het versterken van zelfbeheersing, gezonde emotieregulatie en een positieve, stabiele identiteitsontwikkeling. Daarnaast dragen zij bij aan waardenontwikkeling en het versterken van democratische en maatschappelijke waarden.
- Bouwsteen 4: sociale omgeving. Deze interventies helpen jongeren om mediawijzer en weerbaarder om te gaan met online groepsdruk en groepsdruk in bredere zin.
- Bouwsteen 5: samenleving. Deze interventies dragen bij aan democratische vorming, het versterken van burgerschapscompetenties en het vertrouwen in democratische instituties en de rechtsstaat.
Werkzame elementen binnen dit type interventie
Dit type interventie bestaat idealiter uit gastlessen die jongeren helpen om op een respectvolle manier in gesprek te gaan over gevoelige, lastige of gepolariseerde maatschappelijke thema’s. Daarbij is aandacht voor zowel kennisoverdracht als actieve deelname.
Belangrijke elementen zijn:
- het vergroten van kennis en bewustzijn rondom maatschappelijk en politieke thema’s;
- het versterken van bewustzijn van de eigen identiteit en begrip voor de identiteit van anderen;
- het stimuleren van kritisch denken, zelfreflectie en relativeringsvermogen;
- het leren van elkaar en met elkaar in gesprek gaan.
Randvoorwaarden voor uitvoering en werking van dit type interventie
Evaluaties laten zien dat een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle uitvoering ligt in goede afspraken met deelnemende scholen. Het is belangrijk dat scholen voldoende tijd en capaciteit beschikbaar stellen, zodat zij gastlessen daadwerkelijk inbedden in het onderwijsprogramma.
Voorbeelden van interventies zijn: Vrijheid, Identiteit en Polarisatie (VIP) en MIJ jr.
Suptypen
Subtype 1.1. Versterken mediawijsheid/digitale vaardigheden
Subtype 1.2. Versterken inlevingsvermogen/empathie, sociale vaardigheden en conflictbeheersing
Subtype 1.3. Versterken kritisch denken en democratisch burgerschap