Geleerde lessen Weerbaar Opvoeden

Uit verschillende evaluaties van Weerbaar Opvoeden-programma’s - al dan niet specifiek gericht op het weerbaar maken tegen radicalisering - is een aantal geleerde lessen naar voren gekomen. Deze lessen zijn in 4 hoofdcategorieën in te delen:

  1. Onderbouwing relatie tussen opvoeding en radicalisering (de interventie die wordt ingezet moet zich in ieder geval (mede) op deze thema’s richten)
  2. Onderbouwing werkende elementen Weerbaar Opvoeden
  3. Het starten van Weerbaar Opvoeden
  4. Het implementeren van Weerbaar Opvoeden

1. Lessen met betrekking tot onderbouwing van de relatie tussen opvoeding en radicalisering

Interventies Weerbaar Opvoeden richten zich op het verminderen van de voedingsbodem voor radicalisering. Hieronder een aantal factoren die volgens wetenschappelijk onderzoek een belangrijke voedingsbodem voor polarisatie en radicalisering bij jongeren kunnen vormen.

Identiteit

Het ontwikkelen en behouden van een positieve identiteit is erg belangrijk voor jongeren. Onderzoek laat zien dat jongeren die worstelen met een ‘hybride identiteit’ een afstand voelen tot hun ouders maar ook tot de samenleving. Zij voelen zich nergens thuis. Dit kan jongeren ontvankelijker maken voor radicale opvattingen. Meer kennis en bewustzijn over de eigen (biculturele) identiteit zorgt ervoor dat ouders makkelijker inzicht krijgen in de verschillende identiteiten die hun kind heeft, en stelt hen in staat hun kinderen te ondersteunen in hun zoektocht naar identiteit.

Leefwerelden ouders en kinderen liggen ver uit elkaar

Wanneer de leefwereld van ouders en kinderen ver uit elkaar ligt, is het voor ouders lastig om de mogelijke worsteling van hun kinderen met hun identiteit te begrijpen of hen hierin bij te sturen.

Ouders hebben geen inzicht in internationale ontwikkelingen

Veel ouders blijken niet goed op de hoogte te zijn van de (internationale) ontwikkelingen rondom radicalisering en terrorisme. Jongeren kunnen hierdoor niet met hun vragen over deze onderwerpen bij hun ouders terecht en gaan op zoek naar informatie op andere plekken, zoals het internet. Meer inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van radicalisering op internationaal niveau is ook een belangrijke stap in het aanleren van kritische denkvaardigheden.

Gebrek aan kritische denkvaardigheden

Het hebben van kritische denkvaardigheden is een beschermingsfactor tegen radicalisering.  
Uit onderzoeken blijkt dat ouders van radicaliserende jongeren geneigd zijn weg te kijken wanneer hun kinderen zich op extreme wijze uiten. Ouders grijpen niet op pedagogische wijze in door in gesprek te gaan, te reflecteren of door tegenwicht te bieden. Kinderen krijgen hierdoor geen kritische denkvaardigheden aangeleerd. Hierdoor zijn zij vatbaarder voor eenzijdige berichtgeving en propaganda van radicale groeperingen. Het is dus belangrijk dat kinderen van hun ouders leren hoe zij kritisch met informatie om kunnen gaan. Om dit te kunnen, moeten ouders eerst leren hoe zij zelf kritisch kunnen kijken. Wanneer ouders minder vatbaar zijn voor complottheorieën en radicale denkbeelden, kunnen zij deze houding ook op hun kinderen overbrengen.

Gebrek aan open communicatie

Open communicatie kan in sommige gezinnen problematisch zijn. Als sprake is van een autoritaire opvoedingsstijl maakt de hiërarchie die bestaat tussen ouders en kinderen het vaak lastig om open gesprekken aan te gaan. Vaak ligt er dan een taboe op het bespreken van gevoelige zaken (zoals radicalisering en extremisme). Jongeren kunnen hierdoor niet altijd terecht bij hun ouders met vragen over religie en radicalisering en ouders zijn hierdoor niet op de hoogte van de wereld waar hun kind zich in begeeft. Het open staan voor vragen van kinderen en het responsief reageren op vragen, kan een buffer vormen tegen radicalisering.

Autoritatief in plaats van autoritair

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een autoritatieve opvoedingsstijl een beschermende factor is tegen radicalisering. Een essentieel element van Weerbaar Opvoeden is dat ouders de vaardigheden aanleren om een autoritatieve opvoedingsstijl te hanteren, in plaats van een autoritaire, permissieve opvoedingsstijl. Bij een autoritatieve opvoedingsstijl zijn de ouders zowel betrokken en begripvol als ook controlerend en gezaghebbend.

Sociale media en internet

Sociale media spelen een rol in het proces van radicalisering. Via sociale media kunnen jongeren makkelijk in contact komen met radicale denkbeelden en groeperingen. Zeker als er  weinig mogelijkheden voor jongeren zijn om deze radicale overtuigingen in hun omgeving te ‘testen’, worden zij makkelijk door deze ideeën beïnvloed. Ouders die weinig kennis hebben van de ontwikkelingen in de maatschappij hebben vaak ook weinig inzicht in de zaken waarmee hun kinderen online te maken krijgen. Zij kunnen dus ook geen tegenwicht bieden aan de (radicale) ideeën die hun kinderen online tegenkomen. Het is dus van belang dat ouders inzien dat zij op de hoogte moeten zijn van het online gedrag van hun kind.

Ouders vragen geen hulp in bij problemen

Ouders kunnen het lastig kunnen vinden hulp van buitenaf te zoeken indien sprake is van extreem gedrag van hun kind. Een gevoel van schaamte over problemen binnen het gezin speelt hierbij een grote rol. Daarnaast zijn ouders die het idee hebben dat instanties geen rekening houden met hun culturele achtergrond en de manier waarop zij gewend zijn kinderen op te voeden, minder geneigd zich tot die instanties te wenden voor hulp. Angst voor stigmatisering en gezichtsverlies zijn hierbij grote problemen. Ook geven ouders aan weinig vertrouwen te hebben in instanties. Er bestaat bovendien grote onduidelijkheid over wat instanties daadwerkelijk kunnen betekenen. Dat ouders de weg weten te vinden naar instanties is erg belangrijk bij het tegengaan van radicalisering. Instanties kunnen (vroegtijdig) ingrijpen in het gezin, bijvoorbeeld door gepaste hulp te bieden. Bovendien blijkt institutioneel vertrouwen een belangrijke beschermende factor te zijn bij radicalisering: personen die meer vertrouwen hebben in instituties zijn over het algemeen weerbaarder en zullen minder snel radicaliseren. Wanneer ouders meer vertrouwen krijgen in instanties, dragen zij dit ook over op hun kinderen en andere leden van het gezin, wat hun weerbaarheid ten goede komt.

Niet alleen focussen op moeders

Om betere resultaten te kunnen realiseren, dient Weerbaar Opvoeden zich te richten op zowel vaders als moeders (in plaats van alleen op moeders, zoals nu nog het geval is in sommige aanpakken Weerbaar Opvoeden).

Het vergroten van weerbaarheid doe je op verschillende niveaus

Een interventie die alleen inzet op de ouders is niet voldoende. Idealiter loopt parallel aan het traject voor ouders, ook een traject in de gemeenschap en op scholen (kinderen) om de weerbaarheid te vergroten.

2. Lessen met betrekking tot werkende elementen

Onderstaand worden de werkzame elementen van interventies Weerbaar Opvoeden benoemd. Deze lessen zijn gebaseerd op verschillende wetenschappelijke onderzoeken.

  • De interventie Weerbaar Opvoeden kan op verschillende manieren worden ingezet. De gekozen manier moet passen bij de aard van de doelgroep (hoe religieus is de doelgroep, wat is het opleidingsniveau, wel of geen gemengde groepen moeders en vaders).
  • Belangrijk is dat de personen die het gesprek met ouders voeren (of de trainers van trainingsbijeenkomsten) het vertrouwen genieten van de ouders. Ouders willen echter ook vooral van elkaar leren. Ook hier is het opbouwen van vertrouwen zeer belangrijk.
  • Belangrijk is verder de gelijkwaardigheid en wederkerigheid, met aandacht voor de leefwereld, vragen en behoeften van ouders. Gesprekken over schurende normen en waarden of omgaan met discriminatie, uitsluiting en radicalisering helpen. Mits niet met het wijzende vingertje maar vanuit, gelijkwaardigheid, wederkerigheid in de uitwisseling en met oprechte interesse in de ouder.
  • Het gesprek over Weerbaar Opvoeden is ook het gesprek over het praten met kinderen. Het ondersteunen van Weerbaar Opvoeden kan daarom niet los worden gezien van het ondersteunen van de rol van ouders als opvoeder in het algemeen en het ondersteunen van basisvaardigheden daarbij.
  • Religie blijkt in relatie tot opvoedvragen een onderwerp dat goed besproken kan worden met ouders. Van belang hierbij is het besef dat religieuze rechtvaardiging en -verantwoording belangrijke onderwerpen zijn bij de meeste islamitische ouders. Voor hen is het essentieel dat de manier van opvoeden past binnen de islamitische traditie en regelgeving en dat ze deze voor zichzelf ook kunnen rechtvaardigen.

Meer informatie en wetenschappelijke referenties over de (onderbouwing van) werkzame elementen van Weerbaar Opvoeden zijn te vinden in de drie eerdergenoemde evaluatierapporten van interventies Weerbaar Opvoeden.

3. Lessen met betrekking tot het starten van Weerbaar Opvoeden

Belangrijk is: het goed doordenken van de doelgroep, werkwijze en beoogde doelen. Ook de samenwerking tussen de uitvoerder van de interventie en lokale partijen en de gemeente.

Denk, voordat je Weerbaar Opvoeden inzet, na over de volgende vragen:

  • De doelgroep, beoogde doelen en werkwijze moeten goed worden doorgrond. Op welk maatschappelijk vraagstuk/welk probleem van radicalisering is de inzet van Weerbaar Opvoeden een antwoord? Speelt dit maatschappelijk vraagstuk/probleem daadwerkelijk binnen de gemeente? En zo ja: waar precies/in welke wijk/onder welke doelgroepen? Het antwoord op deze vragen bepaalt of Weerbaar Opvoeden moet worden ingezet en zo ja waar en voor wie.
     
  • Wat wil de gemeente met de inzet van Weerbaar Opvoeden bereiken? Dit bepaalt de onderzoeksvragen en de methode van onderzoek voor de evaluatie van Weerbaar Opvoeden. Bepaal welke criteria het resultaat kunnen bepalen en hoe deze criteria ‘meetbaar’ kunnen worden gemaakt.  
    • Bijvoorbeeld, hoeveel ouders wil de gemeente in het programma betrekken, hoeveel deelnemende ouders zijn nodig om ‘een verschil’ te kunnen maken?
    • Is de evaluatie gericht op meer procesmatige en output gerelateerde indicatoren zoals aantallen deelnemers en beoordeling door ouders van de inhoud en uitvoering van de interventie? Of ook op de gerealiseerde resultaten voor de ouders? Zoals de zelfrapportage van ouders over wat zij hebben geleerd (‘welke vaardigheden zijn verbeterd, ‘is kennis toegenomen’, ‘is de attitude naar instanties en de samenleving positiever geworden’, ‘kunnen zij het geleerde ook in de praktijk brengen’.
       
  • Samenwerking tussen de uitvoerder van de interventie en lokale partijen. Voor de uitvoering van Weerbaar Opvoeden dient te worden samengewerkt met diverse partners, zoals vrouwenorganisaties, wijkcentra, welzijnsorganisaties, scholen en moskeeën. Zij vormen een belangrijke verbindende factor tussen de uitvoerder van interventie en de oudergroepen. De partners bieden in de eerste plaats een (geschikte) locatie voor de trainingen. Daarnaast zijn deze locaties vaak al bekend bij de ouders, omdat ze deze voor bijvoorbeeld sociale activiteiten bezoeken. Deze partijen moeten tijdig worden betrokken, voordat de interventie start, voor commitment en om organisatorische redenen (zoals inplannen van activiteiten en vrijhouden van zalen voor trainingsbijeenkomsten).
     
  • Lokale partners kunnen een rol vervullen bij de werving van ouders. Ook hier geldt dat het belangrijk is om tijdig contact te leggen met deze organisaties om commitment te realiseren. Zeker als de uitvoerder van de interventie niet lokaal is geworteld, kan dit bij lokale organisaties weerstand oproepen. Uit eerdere evaluaties van Weerbaar Opvoeden bleek dat het werven van deelnemers een stuk makkelijker gaat als de beoogde samenwerkingspartners de komst van Weerbaar Opvoeden ‘zien zitten’.
  • Samenwerking tussen de uitvoerder van de interventie en de gemeente. Het kan het handig zijn dat de gemeente ‘voorwerk’ verricht om bij lokale partijen draagvlak te creëren voor de aanpak.

4. Lessen met betrekking tot het implementeren van Weerbaar Opvoeden

Denk bij het uitvoeren van een aanpak Weerbaar Opvoeden aan de volgende zaken:

  • Het maken van heldere afspraken met alle betrokkenen over het doel van de inzet van de interventie, de rol van Weerbaar Opvoeden en de wederzijdse verwachtingen.
     
  • Afspraken maken tussen gemeente en uitvoerder van de interventie  over de uitvoering van de evaluatie van Weerbaar Opvoeden.
    • Wat wordt geëvalueerd (uitvoering en de opbrengsten).
    • Gezamenlijk vaststellen van de meetbare indicatoren.
    • Afspraken over de uitvoering van de evaluatie. Zoals wie doet wat, wat wordt van alle betrokken verwacht, welke methoden van onderzoek worden ingezet, met wie wordt in de evaluatie gesproken (ouders, trainers, anderen), wie neemt de interviews af, met hoeveel respondenten en op welke locatie, zijn observaties van trainingen mogelijk, kunnen de evaluatieformulieren van de training worden gebruikt).
    • Zorg voor een cultuur-sensitieve evaluatie. Betrek onderzoekers met (kennis van) culturele achtergronden, beheersing van de taal.
       
  • Periodiek reflecteren op en evalueren van het verloop en resultaten van de samenwerking tussen de gemeente, samenwerkingsorganisaties en de uitvoerder van Weerbaar Opvoeden.
     
  • Denk na over de borging van het de interventie Weerbaar Opvoeden. Zoals:
    • Blijvend aandacht houden voor de werving van nieuwe deelnemers.
    • Zorgen voor behoud van bestuurlijk draagvlak door het college van B&W en de gemeenteraad te betrekken bij de aanpak en regelmatig verantwoording af te leggen.
    • Indien de interventie wordt ingezet als project, is het handig om meteen te bepalen hoe Weerbaar Opvoeden kan worden voortgezet. Oudergesprekken kunnen bijvoorbeeld worden ondergebracht in het reguliere werk van CJG of welzijnswerk.  Overdracht door externe experts via training of cursussen kan een middel zijn om de relevante kennis en methoden over te dragen aan zowel professionals als aan vrijwilligers. Ook wordt de borging van een methodiek of interventie bevorderd door een goede beschrijving en onderbouwing ervan.
    • Doorontwikkeling van de interventie en de inzet daarvan door het aangeven welke doelgroepen met deze interventie ook nog kunnen worden aangesproken (bijvoorbeeld ook vaders, of ouders met bepaalde culturele achtergronden die nu nog niet worden bereikt). En door je te richten op lokale inbedding van Weerbaar Opvoeden, in plaats van afhankelijk te zijn van trainers van ‘buitenaf’. Dus lokaal trainers opleiden om trainingen Weerbaar Opvoeden te geven.