Effectevaluatie

Een effectevaluatie meet de opbrengsten van een interventie.

De twee centrale vragen bij een effectevaluatie zijn:

  • Wat is de opbrengst?
  • In hoeverre kan deze opbrengst worden toegeschreven aan de interventie/het programma (causaliteit)?

Het doel van een effectevaluatie is om inzicht te krijgen in:

  • Wat de interventie heeft opgeleverd;
  • De mate waarin de opbrengst van de interventie overeenkomt met de doelstellingen op interventie-niveau;
  • De mate waarin de opbrengst bijdraagt aan effecten op maatschappelijk niveau die niet voorzien waren in de doelstellingen (ook negatieve/ongewenste effecten);
  • Verbeterpunten bij de inzet van de interventie om de gewenste opbrengsten te realiseren.

Het gewicht van de resultaten van een effectevaluatie hangt af van verschillende factoren. Belangrijk hierin is de keuze voor een evaluatieontwerp en de daarbij behorende onderzoeksmethoden.
In onderstaand figuur zijn de kenmerken te zien van een lichte of zwaardere effectevaluatie. Meer uitleg hierover is te vinden in Methoden en Technieken. Effectevaluaties worden meestal door een externe partij uitgevoerd. Het is daarom belangrijk om in het offertetraject met externe partijen rekening te houden met de (gewenste) zwaarte van de effectevaluatie.

Effectevaluatie van de interventie

Factoren die van invloed zijn op de zwaarte van een effectevaluatie:

  • De hoeveelheid en kwaliteit van de verzamelde data: wanneer er meer kwantitatieve en kwalitatieve data zijn verzameld voor de evaluatie van een interventie, vergroot dit de bewijskracht van de uitkomsten.
  • De aanwezigheid van een voor- en nameting: als deze heeft plaatsgevonden dan is er meer bewijs of de interventie/het programma (mede) heeft bijgedragen aan de veranderingen bij de doelgroep.
  • De aanwezigheid van een controlegroep: de bewijskracht is groter als er een evaluatie plaatsvond bij een (vergelijkbare) groep die geen gebruik maakte van de interventie versus een evaluatie van de doelgroep die wel gebruik maakte van de interventie. De vergelijking tussen deze twee groepen levert sterker bewijs op of de interventie/het programma (mede) een bijdrage heeft geleverd aan veranderingen bij de doelgroep.
  • Het aantal keer dat de evaluatie is uitgevoerd onder verschillende omstandigheden: wanneer een gelijksoortige interventie/ programma ook is geĆ«valueerd onder andere omstandigheden (bijvoorbeeld een andere geografische context, in een andere tijdsperiode, bij een andere uitvoerende organisatie) en hier gelijksoortige uitkomsten zijn, dan vergroot dit het bewijs voor bepaalde werkzame elementen in een interventie.

Klik hier om terug te gaan naar de matrix op de homepage waar je per interventie en per type evaluatie de bijpassende informatie en tools vindt.