Meervoudige identiteiten als kracht

Wie ben ik en wat wil ik met mijn leven? Wat verwachten anderen van mij, waar hoor ik bij, en waarbij wil ik horen? Belangrijke vragen die ieder mens zichzelf weleens stelt. Vooral jongeren zijn hiermee bezig. Sociaal Pedagoog Mehmet Day, onderzoeker jeugd, opvoeding en onderwijs bij het Verwey-Jonker Instituut (VWI) en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR): ‘professionals kunnen jongeren bewuster helpen bij hun identiteitsontwikkeling.’

Sociaal Pedagoog Mehmet Day

Het vermogen tot reflectie over de eigen identiteit ontwikkelt zich tijdens de adolescentie, daarom is dat een cruciale periode voor identiteitsontwikkeling. Vaak is die ontwikkeling een soort trial en error. Dat hoort bij het leven en gaat vaak goed, maar niet altijd. Day onderzoekt in dat kader de identiteitsontwikkeling van jongeren met een migratieachtergrond en kijkt hoe zij omgaan met hun meervoudige (culturele) identiteit. ‘Ruim 30 procent van deze jongeren ervaart moeilijkheden bij het omgaan met hun meervoudige identiteit. Zij moeten verschillende culturele referentiekaders bij elkaar brengen en hebben meer moeite om daar voor zichzelf een coherent verhaal van te maken (zie Onderzoeksrapport “Geboren en getogen 2.0”, Kennisplatform Inclusief Samenleven (2020, red).’ Daarbij kunnen professionals hen helpen. 

Identiteitscohesie

Jongeren met een migratieachtergrond groeien vaak op in een huishouden met een cultureel referentiekader dat anders is dan de dominante cultuur. Ze krijgen vanuit huis normen, waarden en culturele codes mee die niet altijd goed aansluiten op andere omgevingen. Daarbij komt ook dat deze jongeren vaak te maken hebben met andere uitdagingen, zoals vooroordelen, uitsluiting en gelijke kansen. Zij moeten dus leren omgaan met verschillende werelden: enerzijds die van thuis en anderzijds die van de bredere maatschappij (op school, straat, werk en online). Die twee werelden moeten ze in zichzelf bij elkaar zien te brengen. Lukt dat goed, dan geeft dat invulling aan een positieve identiteit. Het goed bij elkaar brengen van die verschillende werelden noemen we identiteitscohesie en leidt tot een gezonde en stabiele ontwikkeling.  

‘Het vermogen tot zelfreflectie ontwikkelt zich tijdens de adolescentie. Daarom is dat een cruciale periode voor identiteitsontwikkeling. Vaak is die ontwikkeling een soort trial en error.'

Day: ‘Uit onderzoek weten we dat dat samenhangt met psychisch welzijn. Hoe hoger de mate van identiteitscohesie, hoe beter het psychisch welzijn. Je kan identiteitscohesie zien als een beschermende factor tegen gevoelens van stress, angst en depressie. Jongeren die in mindere mate identiteitscohesie ervaren, hebben hier over het algemeen meer last van.’ 

Jongeren gebruiken hierbij verschillende strategieën. Bijvoorbeeld de hybride identiteitsstrategie: waarbij je de verschillende werelden samenvoegt om zo je eigen unieke identiteit te vormen. ‘Een voorbeeld hiervan zie je in taalgebruik, waarbij iemand de Nederlandse taal gebruikt, maar die vervlecht met woorden uit de herkomsttaal. De verschillende werelden zijn zoals het ware ook vervlochten’, aldus Day. Of de “alternating identity strategy”: het wisselen van identiteit, bijvoorbeeld tussen school en thuis. ‘Je schuift dan een deelidentiteit expliciet naar voren, terwijl je de andere op de achtergrond houdt. Het gevoel van (ontbrekende) acceptatie in die specifieke omgeving is vaak bepalend voor de – vaak onbewuste- keuze om dat te doen.’ 

Mehmet Day
Mehmet Day, onderzoeker jeugd, opvoeding en onderwijs bij het Verwey-Jonker Instituut

Identiteitsconflict

In het geval van een identiteitsconflict heeft een jongere moeite met het integreren van de verschillende werelden. De ongeveer 30 procent jongeren die hiermee worstelt, kan daardoor meer problemen ervaren op het gebied van welzijn, prestaties in het onderwijs en kansen in de maatschappij.  

Ligt daar het verband tussen identiteitsontwikkeling en radicalisering? ‘Ik wil niet de indruk wekken dat een identiteitsontwikkeling die niet goed verloopt, meteen leidt tot radicalisering of extreem gedrag’, zegt Day. Over het algemeen is het percentage jongeren dat extreme idealen ontwikkeld, is ook veel kleiner dan het percentage dat serieuze problemen ervaart met het ontwikkelen van hun identiteit. Maar je kan wel het omgekeerde zeggen; dat in het geval van radicalisering, een identiteitsconflict vaak een rol speelt. Day: ‘Jongeren die zich tegen de samenleving keren, terwijl ze daarvan zelf ook onderdeel zijn, missen de verbinding tussen die maatschappij en hun eigen identiteitsbeleving.’  

Dat geldt overigens ook voor jongeren die zich aangetrokken voelen tot rechts-extremisme. Day: ‘Daarbij wordt bijvoorbeeld het samenleven met gemeenschappen met een andere cultuur dan de dominante westerse, niet als acceptabel ervaren. Dat past dan niet bij het ideaalplaatje van hoe de Nederlandse samenleving eruit zou moeten zien en wat het betekent om Nederlander te zijn.’  

‘We vergelijken het wel eens met verschillende pizzapunten. Uit welke verschillende stukjes bestaat jouw identiteit, en wat betekenen die deelidentiteiten voor je?’

Positieve identiteitsontwikkeling als preventie

In dat opzicht is positieve identiteitsontwikkeling dus een strategie om radicalisering tegen te gaan. Als jongeren zich thuis voelen in de samenleving en goed weten wie ze zijn, hebben ze geen radicale groepering nodig om die thuisbasis te creëren. Hoe geef je jongeren dat steuntje in de rug, om te zorgen dat die identiteitsontwikkeling positief verloopt?

In gesprek over identiteit

Day: ‘Ten eerste is het belangrijk in gesprek te gaan over identiteit. Uit welke onderdelen bestaat je identiteit? Hoe uit je die? We vergelijken het weleens met verschillende pizzapunten. Uit welke verschillende stukjes bestaat jouw identiteit, en wat betekenen die deelidentiteiten voor je?’ Hoe bespreek je dat met anderen?’ Als jongerenwerker kun je bij uitstek met jongeren over dit onderwerp in gesprek. ‘Ik denk eigenlijk dat jongerenwerkers dit onbewust al op een goede manier doen. Zij kunnen immers als geen ander aansluiten op de belevingswereld van een jongere. Maar het kan systematischer en meer methodisch, en om dat te ontwikkelen werken we vanuit VWI nu samen met jongerenwerkorganisaties in Utrecht en in Amsterdam.  

Geschiedenis en verhalen

Het tweede waarvoor volgens Day aandacht moet zijn, is geschiedenis. Vooral de familiegeschiedenis en migratieachtergrond van de jongere. Een van de redenen waarom jongeren met een migratieachtergrond meer moeite hebben met identiteitsontwikkeling, is het feit dat onderwijscurricula vaak zijn opgesteld vanuit het dominante, witte, westerse perspectief. Daardoor is er weinig aandacht voor de culturele achtergrond en migratiegeschiedenis van deze jongeren. Terwijl de aandacht daarvoor bijdraagt aan een positieve identiteitsontwikkeling.  

Day: ‘Vooral het voortgezet onderwijs kan daarin veel betekenen, als jongeren in die adolescentieperiode zitten. Als school, of als docent, heb je invloed op de identiteitsontwikkeling van jongeren, of je dat nu wilt of niet. Er zijn genoeg scholen waar hiervoor al aandacht is, al is dat vaak onbewust. Door dit bewust te doen, groeit bij de school en docenten het besef van die invloed, en krijgen leerlingen de tijd en ruimte voor die identiteitsontwikkeling. Om scholen hiervoor handvatten te geven hebben we vanuit het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) het Identity-project naar Nederland gehaald en afgestemd op de Nederlandse context.’ Het Identity-project is in de Verenigde Staten ontwikkeld door vooraanstaande wetenschappers op het gebied van identiteitsontwikkeling, en inmiddels in verschillende Europese landen ingevoerd en onderzocht. 

‘Als jongeren gaan nadenken over hun eigen geschiedenis, en die van hun familie, worden ze zich bewuster van wat die geschiedenis betekent voor henzelf en voor hun plek in de samenleving. Hoe is het om die achtergrond te hebben? Waaraan denk je dan? Het beïnvloedt het je relatie tot Nederland? Zo zoeken ze naar de betekenis achter die verschillende deelidentiteiten en wat die voor hen betekenen.’ 

‘Deze jongeren hebben een verzwaarde opgroeiopgave. Tegelijkertijd hebben ze een heel goed adaptatievermogen. Dat is ook een kracht, die meer waardering verdient.’

Ook hier is aandacht voor het gesprek van belang. ‘Hoe praat je met klasgenoten over jouw identiteit? Hoe ga je in gesprek met klasgenoten met een andere achtergrond? Kan daarover gesproken worden? Een bijeffect van dit soort gesprekken kan ook nog zijn dat de sociale samenhang in de klas verbetert. In een klas in Utrecht vertelde een jongen in het kader van familiegeschiedenis dat zijn opa burgemeester was geweest in Drenthe. Dat was aanleiding voor de rest van de klas, waarin verschillende groepjes erg langs elkaar heen leefden, om vragen te gaan stellen en interesse voor elkaar te tonen.’ 

Op verschillende plekken in het land kijkt KIS op dit moment samen met jongerenwerkers hoe zij expliciet betrokken kunnen worden bij dit soort programma’s. Day: ‘Dat sluit aan op de trend van samenwerking tussen onderwijs en jongerenwerk.’ 

Identiteitsstrategieën als vaardigheid

Er wordt naar jongeren net een migratieachtergrond vooral gekeken vanuit de moeilijkheden die hun meervoudige identiteit met zich meebrengt. ‘En ze hebben ook die verzwaarde opgroeiopgave. Tegelijkertijd hebben veel van deze jongeren een heel goed adaptatievermogen, ze weten heel goed welke rol ze in welke context moeten aannemen. De eerdergenoemde identiteitsstrategieën zijn vaak onbewuste processen die jongeren al vroeg hebben aangeleerd en automatisch toepassen. Zij zijn dit hun hele leven al gewend te doen, bijvoorbeeld tussen thuis en op school waar ze niet de taal van hun ouders kunnen spreken’, aldus Day. ‘Dat managen van verschillende identiteiten is een nuttige niet-cognitieve vaardigheid, die meer waardering verdient.’ 

Ook hier ligt een toekomstige rol voor professionals die met deze jongeren werken. Zij kunnen hen wijzen op de kracht van die vaardigheid. Day: ‘Kijk, dit doe je al, maar op welke manier doe je dat eigenlijk? Wat doe je precies?’ De samenleving erkent deze vaardigheid nog niet vaak, maar ‘het is een vaardigheid die jongeren verder kan helpen op allerlei verschillende gebieden. Niet alleen in school en werk, maar ook in het privéleven en in de omgang met verschillende (groepen) mensen.’  

Jongerenwerkers en docenten kunnen jongeren alvast laten inzien dat hun meervoudige identiteit een kracht is en kansen biedt, zeker in een wereld die steeds meer divers wordt.