Nog meer kennis: wat werkt bij preventie van radicalisering?

Voor het maken van beleid voor de preventie van radicalisering is voor veel gemeenten de toolkit evidence based werken een belangrijk hulpmiddel. Sinds de lancering van de toolkit in 2019 zijn nieuwe interventies bedacht, ontwikkeld, uitgevoerd en ook  geëvalueerd. Tijd dus voor een aanvulling op de toolkit. De Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) heeft daarvoor Bureau Omlo en Fermin Onderzoek en Advies ingeschakeld om evaluaties te verzamelen en analyseren. Alfons Fermin: ‘Het resultaat? Nog sterkere lessen en meer zicht op werkzame factoren.’

Evidence based werken is werken op basis van de best beschikbare kennis, in dit geval kennis over wat werkt bij de preventie van radicalisering. En deze kennis inzetten voor een goede keuze voor en onderbouwing van de interventies. De opbrengsten van deze interventies worden vervolgens in kaart gebracht. Deze evaluaties leiden weer tot nieuwe kennis, waarmee interventies gericht op de preventie van radicalisering nog verder aangescherpt en verbeterd kunnen worden. Jurriaan Omlo:  “Dat betekent dat je verder gaat dan programma’s ontwikkelen op basis van een goed gevoel, tradities, gewoonten of politieke voorkeuren. Want daarmee bereik je niet altijd de effecten die je wilt bereiken bij de doelgroep of op samenlevingsniveau.”  

Wat werkt bij preventie van radicalisering
Beeld: ©ESS

Nieuwe evaluaties

Een van de belangrijkste pijlers onder evidence based werken is evalueren. Dat gebeurt nu al in meer of mindere mate. Vaak krijgen gemeenten echter één evaluatie van één interventie onder ogen. De kracht van het recent verschenen rapport “Wat werkt bij de preventie van radicalisering” zit volgens de onderzoekers in de combinatie van 22 evaluaties van beleidsprogramma’s en interventies die zijn onderzocht en de lessen die daaruit te trekken zijn. Het gaat om zowel plan-, proces- als effectevaluaties. Al deze evaluaties waren nog niet meegenomen in de toolkit evidence based werken bij preventie van radicalisering.

Nieuwe inzichten

Deze bron aan kennis levert nieuwe inzichten op die het komende jaar een plek krijgen in de toolkit evidence based werken. Er is een onderverdeling gemaakt in zes typen interventies. Drie daarvan – deskundigheidsbevordering, lotgenotencontact, lokale aanpak – stonden nog niet in de toolkit. Naast deze aanvulling hebben gemeenten nog meer aan het nieuw verschenen rapport, legt Cynthia van der Feen uit. Zij is beleidsadviseur bij de Directie Veiligheid van de gemeente Rotterdam en houdt zich onder meer bezig met de ontwikkeling van de aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie.
Evidence based werken is een doelstelling voor de komende jaren, vertelt zij. ‘Dat betekent dat we meer (effect)evaluaties willen gaan uitvoeren. Het rapport helpt ons hierbij, het inspireert ons tot het integreren van evalueren in onze aanpak. Normaal moeten we het wat dat betreft doen met kennis die we in onze eigen stad ophalen. Of de contacten die je misschien hebt in één of twee andere gemeenten. Nu wordt een schat aan informatie op papier aangereikt.’ 

Averechts effect

Ook al ligt het rapport nog maar net op haar bureau, de eerste inzichten heeft Van der Feen al goed kunnen gebruiken. “Kijk goed naar onbedoelde, soms averechtse effecten van de interventies: dat is een van de lessen die mij raakte. Een les waarvan ik weet: hierover moet ik nadrukkelijker in gesprek gaan met de partijen die de interventies voor ons uitvoeren. Of het nu gaat om weerbaarheidstrainingen of theaterprojecten.” In het rapport komt inderdaad naar voren dat uit de evaluatie van een theatervoorstelling bleek dat het zulke sterke emoties opriep dat het de polarisatie versterkte. “Dat wil je natuurlijk niet”, aldus Van der Feen. Ze is van plan dit soort kennis over werkzame elementen en geleerde lessen te gebruiken bij zowel nieuw op te zetten interventies als interventies die al een tijd lopen in Rotterdam. 

Concrete handreikingen

Het rapport geeft gemeenten ook inzicht in hoe een goede evaluatie op te zetten. “Daarvoor bieden we concrete handreikingen. We schetsen het ideaalplaatje, waarbij gemeenten vanaf de start nadenken over evalueren. Onderzoekers die de interventies desgevraagd onder de loep nemen, kunnen gerichte feedback geven aan gemeenten als ze vooraf een voormeting doen naar de verwachtingen van de deelnemers. Vervolgens meten ze tussentijds wat opvalt en doen daar kwantitatief én kwalitatief onderzoek. Zo’n aanpak biedt mogelijkheden om tussentijds bij te sturen en zaken te verbeteren. In plaats van dat je alleen na afloop de geleerde lessen ophaalt” vertelt Omlo. Fermin vult aan: ‘We zagen bijvoorbeeld in sommige evaluaties dat niet de juiste doelgroep werd bereikt. Als je vroegtijdig evalueert en daar dan achter komt, kan je in actie komen.”

Wat meetbaar is

Hoe de interventies concreet radicalisering voorkomen is lastig meetbaar. Maar de werkzaamheid van interventies kun je wél meten, benadrukt Fermin. “Met een voor- tussen- en nameting kun je bepalen of je beoogde effecten als weerbaarheid, veerkracht en identiteitsontwikkeling hebt behaald. Dat zijn zaken waarvan we aannemen dat ze impact hebben op de preventie van radicalisering.” Van der Feen: “En daarmee kun je richting management en bestuur beter onderbouwen waarom je doet wat je doet.” 

Afreken- of feedbackmechanisme?

Hoe kun je het beste de evaluaties inzetten? Een winstwaarschuwing is op zijn plaats, vindt Omlo. Als de evaluatie wordt ingezet als een soort afrekenmechanisme, schiet het zijn doel voorbij. “Dan gaan betrokkenen zich strategisch opstellen. Er ontstaat een cultuur van geen fouten mogen maken omdat je daarop wordt afgerekend. Terwijl je juist van die dingen die niet goed gaan veel kunt leren.” Omlo pleit ervoor dat evaluaties vooral worden ingezet als feedbackmechanisme. Om met en van elkaar te leren hoe het beter kan. 

Lokale context kan verschillen

Een andere belangrijke overweging waar gemeenten zich bewust van moeten zijn, is dat concepten niet lukraak gekopieerd kunnen worden. Een aanpak die succesvol is in gemeente X kan heel anders uitpakken in gemeente Y. Bijvoorbeeld door te verschillende lokale contexten. Van de samenstelling van een wijk tot de kwaliteit van begeleiders: alles heeft invloed. “Een interventie werkt misschien minder goed in een andere context. Daarom is blijven evalueren ook zo belangrijk. Om te achterhalen wat nu het beste past in een specifieke lokale situatie”, aldus Fermin. 

Ondersteuning nodig om de werking van de toolkit evidence based werken onder de knie te krijgen? Of een goed onderbouwd plan van aanpak te ontwikkelen en effect-, plan- en procesevaluaties op te zetten? Neem contact op met de ESS voor een ‘advies op maat traject’. Ook bieden wij bijeenkomsten op maat aan voor gemeenten en regio’s. Wij zijn bereikbaar via ess@minszw.nl of via (070) 333 4555.