Het verhaal van Maria (Maryam) (20)

Mijn ouders zeiden altijd dat ik een stralend en sociaal meisje was, met een talent voor talen en literatuur. Tot mijn puberteit. Ik zat op het atheneum, maar dat ging vanaf de derde klas niet meer zo goed.

Vanaf mijn vijftiende kreeg ik plots veel minder zin in school. De hele tijd met je hoofd in de boeken? Ik zag niet meer in waar dat goed voor was. Ik spijbelde steeds vaker en bleef dat jaar ook zitten. Toen ben ik maar van school afgegaan. Het had geen zin om nog een jaar over te doen. Maar ik moest natuurlijk wel aan het werk van mijn ouders en kwam zo bij een bakkerij terecht. Het eerste jaar ging het nog wel goed, alleen begon de bakkersvrouw om een gegeven moment te zeuren dat er geld miste en dat ik er vreemd en afwezig uitzag. Een klant heeft toen gezegd dat ik aan de drugs was en toen heeft de bakkersvrouw mijn ouders ingelicht. Zo ontstond er nog meer gezeik thuis. Mijn ouders gaven aan gek van me te worden. Ik zou aan de drugs zijn en stelen.

Ontwikkeling

Mijn broer was de trots van het gezin, mijn grote steun en toeverlaat. Hij was lid van een motorbende en daar sloot ik mij ook bij aan. Ik begon meer en meer vertier bij jongens te zoeken. Op mijn achttiende ben ik uit huis gegaan. Ik had er niets meer te zoeken. Mijn ouders hadden alleen maar ruzie. Mijn broer kwam jammerlijk om het leven bij een verkeersongeval. Hij was toen 24 jaar oud. Ik weet niets meer van het eerste jaar na zijn dood, behalve dat ik toen erg depressief ben geworden. Ik vond het zo erg dat hij er niet meer was dat ik op een gegeven moment zelf niet meer wilde leven. Ik wilde mijzelf doden, maar dit mislukte. Later zag ik in dat het een kreet om hulp was. Ik heb altijd het idee gehad dat mijn familie mij de dood van mijn broer kwalijk nam. Ik was degene die in zijn plaats had moeten sterven.

Er volgde een relatie met een vriend van mijn broer. Hij was drugsverslaafde en nam mij mee in de wereld van de harddrugs. Ik ging met hem samenwonen. In de jaren dat ik bij hem woonde sloeg hij me ook regelmatig bont en blauw. Pas na vier jaar ben ik bij hem weggegaan . Huilend werd ik soms ’s nachts wakker. Dan had ik nachtmerries over de mishandelingen.

Verandering

Toen ontmoette ik een andere jongen, Fouad. Hij was gematigd moslim. Ik raakte door hem geïnteresseerd in de islam. En door de woordenpracht in de Koran raakte ik in vervoering. Ik vroeg steeds meer en meer aan mijn vriend en begon zelf de Koran te lezen. Op een dag had ik een visioen: ik zag mezelf alleen in mijn flatje, keek in de spiegel en zag daar toen de duivel. Dit vertelde ik aan Fouad, maar hij moest hier om lachen. Ik was echter doodsbang. Ook op straat werd ik banger, voelde steeds de aanwezigheid van de duivel achter mij. De Koran werd alsmaar belangrijker voor mij. Hierin werd het woord van God geopenbaard en kon ik alles lezen over hemel en hel, goed en kwaad, beloning en bestraffing. Ik besloot mij te bekeren en koos voor de naam Maryam. Fouad en ik besloten te gaan trouwen, zonder huwelijksfeest, daar hadden we geen geld voor. In de stad waarin we samen gingen wonen kende ik niemand, verveelde me ook vaak. Ik ging mij steeds meer verdiepen in mijn geloof. Fouad en ik kregen steeds meer discussies. Hij ging te weinig naar de moskee en bad te weinig in mijn ogen.

Tussenkomst

Toen Fouad zijn broer en diens vrouw liet overkomen, voelde ik weer psychische druk. De aanwezigheid van hun kinderen waren een marteling voor mij. Zij herinnerden mij eraan dat ik ze nooit zou hebben. Aan hoe incompleet en mismaakt ik ben, dat ik geen echte vrouw ben. De dokter vertelde mij toen ik zeventien was dat er maar twee vrouwen per jaar in mijn land zonder baarmoeder worden geboren, en daar ben ik er een van. Mijn ouders waren erg aangeslagen door dit nieuws, ze zouden nu nooit kleinkinderen kunnen krijgen. Ze hebben er nooit met mij over gepraat. Fouad zei vaak dat ik op en top vrouw was, maar dat geloofde ik niet.

Ik besloot dat ik moest mij gaan richten op wat er mogelijk was, niet op wat er niet mogelijk was. Zonder baarmoeder zou ik nooit bloeden en nooit de grote onreinheid kennen. Eeuwig zuiver kon ik blijven. Na vijf jaar huwelijk vroeg ik de scheiding aan omdat mijn man zich niet strikt genoeg aan de islam hield.

Direct na de scheiding ging ik op zoek naar een vrome man om te hertrouwen. Een koppelaar van de moskee stelde mij voor aan een zes jaar jongere man van Marokkaanse afkomst. Hij kwam over als een rustige, sympathieke man en gaf mij meteen een gevoel van bescherming.

Afloop

Mijn man en ik onderwierpen ons gehele leven aan Allah. Wij vonden dat je alleen een echte moslim bent als je je leven volledig inricht zoals Allah dat wil. Ik was nu waar ik wilde zijn. Sommige vrouwen uit de gemeenschap zagen mij ook als rolmodel. Mijn ouders zag ik helaas niet zo vaak meer, zij snapten mijn toewijding niet en mijn vader kon het niet zo vinden met mijn man.

Na de oorlog in Irak in 2003 groeide bij mijn man en mij het idee om zich mee in de strijd tegen de Amerikaanse bezetting daar te werpen. We verhuisden naar Irak, nabij de Syrische grens en kregen gevechtstraining.