Hoe kan ik als gemeente spanningen in buurten tijdig signaleren om escalatie te voorkomen?

Spanningen in buurten associëren we vaak met veiligheids¬problemen (incidenten). Maar ‘onderhuidse spanningen’ komen in buurten veel vaker voor dan zichtbare incidenten. Dit begint vaak met kleine zaken zoals geluidsoverlast van buurtbewoners tot s’avonds laat. Irritaties worden spanningen als mensen zich niet in staat voelen om effectief iets aan overlast of ander ongewenst gedrag te kunnen doen. Risicofactoren die spanningen in buurten kunnen veroorzaken zijn o.a.: (Jeugd)criminaliteit, jongerenoverlast, overlast en straatcultuur kinderen (8-14 jaar), verschillende omgangsvormen en normen over hoe te gedragen in de buurt en overlast door bewoners met psychiatrische problematiek.

Door onderhuidse spanningen tussen bewoners in buurten tijdig te signaleren en te reduceren, kan escalatie in veel gevallen worden voorkomen. Door in te zetten op het weerbaar maken van buurten, kan de inzet van zwaardere middelen worden voorkomen.

Er zijn verschillende methodieken die gemeenten hiertoe kunnen inzetten:

  1. Signaleringsinstrument spanningen in buurten
  2. Risicofactorenanalyse en beleidsdiagnose
  3. Zachte’ (kwalitatieve) informatie over ontwikkelingen in buurten
  4. Signaleren en melden door bewoners

Belangrijkste tips:

  • Zorg voor een integrale aanpak van risico- en preventieve factoren, waarin het veiligheidsdomein wordt verknoopt aan preventief beleid vanuit andere beleidsterreinen.

Een effectieve integrale aanpak vereist dat bestaand beleid en bestaande aanpakken beter op elkaar aansluiten én dat duidelijk wordt benoemd wat er nog ontbreekt in het beleid. De gemeente heeft daarbij de regie. Maar de aanpak van de problematiek vergt ook een actieve rol van lokale partners en de bewoners zelf. In een weerbare buurt durven bewoners elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag in de openbare en semi-publieke ruimte als het gaat om schoon, heel en veilig. In de praktijk durven mensen elkaar echter vaak niet op hun gedrag aan te spreken. In de handreiking beargumenteren we dat de drempel en effectiviteit om elkaar aan te spreken enorm kan worden verlaagd (en daarmee het ervaren van spanningen) zodra bewoners een minimale bekendheid hebben met elkaar (dit wordt ook wel ‘publieke familiariteit’ genoemd). Interventies hebben de meeste impact indien uitgevoerd op het kleinste schaalniveau: blok, galerij of portiek. Een gemeente kan daarin faciliteren.

  • Focus op de deelgebieden in wijken waar de problematiek het meeste voorkomt.

Voor wijken geldt dat ze niet -in zijn geheel- veilig of onveilig, leefbaar of onleefbaar zijn, maar dat problemen zich concentreren in deelgebieden, straten of blokken. Een intensieve aanpak in een klein gebied kan lucht geven aan een hele buurt. Het is om deze reden van belang gebieden, doelgroepen en interventies nog specifieker te benoemen dan tot nu toe de praktijk is geweest. Beleidsinzet van gemeenten (en lokale partijen) vereist dan ook een nauwkeurige analyse van de problematiek en de locaties hiervan in buurten.

  • Combineer ‘zachte ingrepen’ met een strikte aanpak van overlastgevend gedrag.

Soms zijn ‘zachte ingrepen’ op zichzelf weinig vruchtbaar. Projecten, bijvoorbeeld gericht op de eigen kracht van bewoners, zijn alleen zinvol in combinatie met een strikte aanpak van overlastgevend gedrag. Deze strikte aanpak is vereist, omdat voor dialoog en contact een basis van vertrouwen nodig is. Als er bijvoorbeeld sprake is van voortdurende overlast door jongeren zijn initiatieven om meer contacten tussen jong en oud te bevorderen minder kansrijk. Projecten gericht op ‘eigen kracht’ van bewoners dienen een back-up te krijgen van de (lokale) overheid op schoon, heel en veilig.

Bron: Wmotogo.nl